Previewhoofdstuk winter 2007-2008

In het volgende previewhoofdstuk schrijf ik over de dierentuin. Het was een van de meest beestachtige verzamelcellen van de gevangenis waar je in het boek ‘400 brieven van mijn moeder’ meer over zult lezen…

========================

Het was een belabberde jaarwisseling van 2007 naar 2008 in de dierentuin. Ik stond in het donker en in de kou achter de tralies van de celdeur. Pluimpjes witte damp ontsnapten uit mijn mond bij iedere uitademing. De maan scheen op het algemene binnenplein en liet de langzaam vallende regen zachtjes fonkelen. Heel af en toe werden de regendruppeltjes afgewisseld door vlokjes natte sneeuw. Veel jaarwisselingen vervagen en vergeet je na verloop van jaren. Als je me zou vragen waar ik was met de jaarwisseling van 1997-1998, dan zou ik het echt niet meer weten. Maar andere jaarwisselingen haal ik me nog helder voor de geest. Zoals de jaarwisseling 2003-2004, de laatste die ik in vrijheid meemaakte. Willem, Amber, haar beste vriendin en ik stonden toen op het strand van Scheveningen het vuurwerk te bewonderen. En de jaarwisseling 1995-1996 toen ik een vuurpijl in mijn gezicht kreeg net boven mijn rechteroog. Het litteken is nog te zien. Iets lager en ik zou aan dat oog blind zijn geweest. Net als de eenogige jongen in de dierentuin. Deze jaarwisseling zou ik ook nooit meer vergeten. Hoe ik uren en uren aan het traliewerk gekluisterd stond en naar buiten keek. De kou leek me toen even niet te raken, het hongergevoel net zo min. Het enige waar ik aan dacht was aan thuis en aan mijn moeder.

‘Ik herinner me nog hoe ik in ons eerste huis met jou als jongetje van vier maanden voor de keukendeur stond en we naar de sneeuwvlokken keken. Met grote ogen keek je naar dat dwarrelende, witte wonder dat zomaar uit de lucht kwam vallen. Je wist niet waar je kijken moest, want die grote dikke watten waren overal! Misschien heb ik je ook ooit geschreven hoe geweldig sneeuw eigenlijk is. Ik weet zeker dat ik morgenochtend, als er nog sneeuw ligt, kan zien wat er allemaal is gepasseerd. Vogelpootjes van merels, mezen en kraaien. Poezenprintjes, hondenpoten en afdrukken van allerlei soorten schoenzolen. Noem het maar op. En dan begint het weer te sneeuwen en zachtjes, zonder geluid, worden al die sporen weer toegedekt alsof ze er nooit geweest zijn. Net zoiets als het leven. Ieder mens trekt zijn sporen door het leven. En deze sporen worden ook telkens weer bedekt door een nieuw laagje dat de ellende laat vergeten of minstens dragelijk maakt.’

Deel deze pagina via:
  • Twitter
  • Facebook
  • email
  • LinkedIn